Niet geloven mag ook

Elsevier 20 november 2010

De grote kerken kwakkelen, kleine kerkjes bloeien juist. Het mag over god gaan, maar rust en ‘bezinning’ zijn zeker zo belangrijk

Een laag herfstzonnetje beschijnt de laatste bladeren aan de bomen in het Vondelpark in Amsterdam. Het is druk, overal genieten mensen van wat weleens de laatste zachte dag van het jaar zou kunnen zijn. Fietsen, skaten, hardlopen of op een terrasje zitten, niemand piekert erover een kijkje te nemen in de nabijgelegen Vondelkerk. Daar gebeurt op zondag toch al tijden niets meer? Er huizen kantoren in de kerk, de tijd van godsdienstig gebruik is al lang geleden.

Toch niet. Binnen zitten zeker honderd mensen op comfortabele rode stoelen te luisteren naar een lied dat hun wordt voorgezongen. Een enkele laatkomer neemt plaats op de achterste rij, speciaal gereserveerd voor hem en andere laatkomers. Het valt op dat het vooral jonge, hippe mensen zijn die aandachtig luisteren.

Voor in de kerk legt dominee Siebrand Wierda (43) uit wat er die middag gaat gebeuren en verwelkomt hij mensen die voor het eerst een dienst bezoeken. Hij praat tegen zijn publiek alsof ze zo vanuit het Vondelpark de kerk zijn binnengelopen. Het gaat vanmiddag over seks.

Wierda kwam in 2001 naar Amsterdam en richtte samen met anderen Via Nova op – Nieuwe Weg. ‘Nog maar 3 procent van de Amsterdamse bevolking komt regelmatig in de kerk. Je kunt zeggen dat het christelijk geloof hier nagenoeg is uitgestorven.’ Via Nova sprak met zo’n honderd jonge mensen over Amsterdam, het leven en ‘God en zo’. De oprichters vroegen vooral jonge, hoogopgeleide Amsterdammers wat hun bezighield. ‘We zijn geen yuppenkerk, iedereen is welkom.’ Via Nova richt zich op mensen uit de buurt, rondom het Vondelpark.

De eerste samenkomst van de nieuwe gemeenschap was met Pasen, in 2006. Dertig mensen kwamen in de Vondelkerk bij elkaar – een mix van gelovigen, niet-meer-gelovigen en niet-gelovigen – en noemden zich Via Nova. Een aantal mensen liet zich dopen, ‘soms in de vijver van het Vondelpark’. Toch zijn woorden als kerk, kerkdienst, lidmaatschap of een orde van dienst min of meer verboden. Wierda: ‘Vroeger had je een kerk en daar hoorde je bij of viel je buiten. Wij hebben geen scherpe grenzen, maar bieden ruimte om te zoeken en te twijfelen. God is zo’n mysterie, wij zijn zelf ook op zoek.’

Grote steden

Ook al mag je het dan geen kerk noemen, Via Nova behoort tot de zogeheten ‘nieuwe’ of ‘opkomende’ kerken. En daarvan zijn er steeds meer. Martijn Vellekoop (30) studeerde in 2008 af aan de Vrije Universiteit in Amsterdam met zijn scriptie Nieuwe kerken in een nieuwe context . Hij inventariseerde de nieuwe kerken in Nederland en vond er 281, al schat hij dat het werkelijke aantal tussen de 300 en 500 ligt. Meer dan een kwart van de projecten vond hij in de vier grote steden, de grootste zijn te vinden rond de Veluwe.

De groei in aantal van deze relatief nieuwe beweging verklaren deskundigen vanuit een nieuw bewustzijn van de oude kerken. Die krijgen in de gaten dat ze hun positie als dominante cultuur al heel lang kwijt zijn. De situatie is uniek in de kerkgeschiedenis, zegt Stefan Paas (41), docent missiologie aan de Theologische Universiteit Kampen en bijzonder hoogleraar kerkplanting aan de Vrije Universiteit in Amsterdam. ‘Nog nooit waren er christenen die binnen één generatie van een meerderheid een minderheid werden.’

Veel nieuwe kerken zijn hier een reactie op. Vellekoop: ‘Christenen zitten al jaren in een soort subcultuur, een grote bel. De afstand van die bel naar mensen in de ‘gewone’ wereld is enorm geworden.’ Juist om die afstand te overbruggen, hanteren nieuwe kerken als Via Nova lossere vormen, zowel bij activiteiten als inhoudelijk.

In de Vondelkerk gaat een microfoon van hand tot hand. Halverwege de informele preek van Wierda mogen mensen uit de zaal hun mening geven. Een van de bezoekers geeft in plat Amsterdams aan dat de bijbelse woorden van Paulus hem niet aanstaan. Wierda legt uit wat hij denkt dat de apostel precies bedoelt. Maar de kerkganger blijft het oneens met Wierda en de apostel. Even verderop wordt een samenwonend stel gefeliciteerd met hun besluit om te gaan trouwen. Geen gefronste wenkbrauwen of een opgeheven vingertje omdat ze nog niet zijn getrouwd, maar een hartelijke zegenwens is hun deel. En dan is Via Nova met de bijeenkomst in de Vondelkerk nog haast ouderwets vergeleken met de elders op deze pagina’s geportretteerde nieuwe kerkgemeenschappen die met twintig man in een huiskamer of bioscoop bij elkaar komen.

Gerard Dekker (79), emeritus hoogleraar godsdienstsociologie aan de Vrije Universiteit in Amsterdam, herkent de cultuurverandering en de rol van de kerk daarin. ‘Mensen zijn niet tevreden met wat de institutionele kerken te bieden hebben. Iedereen vraagt zich af: wat is waar voor mij?’

Traditionele kerken kunnen zingevingsvragen niet meer voldoende beantwoorden. Daarvoor is er een te grote variatie aan mensen en zijn er te strakke kerkelijke kaders. Dekker: ‘Een vriend in de top van het bedrijfsleven kreeg problemen op zijn werk. In zijn eigen kerkgemeente kan hij die niet delen, daarvoor heeft hij een gemeenschap nodig die bestaat uit mensen die hetzelfde meemaken als hij.’

Verschuiving

Nieuwe kerken verschuiven hun zendingswerk zo van ‘den vreemde’ naar eigen land. Daarbij gaat het om maatwerk voor specifieke groepen en niet om kwantiteit: de massa bereiken. ‘God zegt dat je liefde moet laten zien, niet dat je zo veel mogelijk mensen tot geloof moet laten komen,’ zegt Gert Hutten (39), predikant van de Vrijgemaakt Gereformeerde kerk in Arnhem. Zijn kerk is een samenwerkingsverband aangegaan met de wijkgemeente Villa Klarendal (zie ‘Bij welzijn hoort zingeving’ op pagina 31). ‘Goed doen is geen middel om kerken vol te laten stromen, maar een doel op zich.’

Het samen leven, delen en afvragen welke rol de Bijbel en Jezus daarin kunnen spelen, is de hoofdvraag voor de ‘nieuwe christen’. De invloed van traditionele kerken is marginaal geworden. Hutten: ‘We kun-nen vanuit de bestaande kerken heel veel mensen niet bereiken.’ Nieuwe kerkvormen die sterk gericht zijn op een specifieke groep mensen – of dat nu in een stadswijk is of een beroepsgroep betreft – moeten die leemte vullen.

De invloed van de kerk is uitgespeeld, mensen kiezen zelf wat ze wel en niet willen horen. ‘Je moet niet denken in aantallen of in termen van invloed,’ vindt ook dominee Wierda van Via Nova. ‘De kerk mag in de marge blijven. Jezus was geen minister-president.’

Dat de invloed van christenen in de maatschappij taant, gaat de komende honderd jaar niet meer veranderen, verwachten de betrokkenen. Maar dat hoeft volgens hen helemaal niet erg te zijn. Doordat christenen geen rol van betekenis meer spelen en zich niet meer druk hoeven te maken over hun invloed of macht, is er alle ruimte gekomen om zich bezig te houden met de inhoud.

Hutten: ‘Er is weer meer tijd om persoonlijke aandacht te geven aan een medemens. Daarmee doet de kerk eindelijk weer waarvoor hij is bedoeld.’ De context van de groep van gelovigen is daarbij maatgevend voor de omgang met de Bijbel.

Theoloog Stefan Paas: ‘Het gaat erom hoe je mensen uit hun gezapigheid haalt en laat nadenken waarom ze leven zoals ze leven. Dat gaat bij een bankier anders dan bij iemand die in de bijstand zit.’

De samenleving individualiseert, de kerkelijke wereld ook. J

Amsterdam-Zuidas In pak naar Bijbelklas

Op zijn kantoor aan de Herengracht in Amsterdam benadrukt Ruben van Zwieten (27) het nog maar eens. ‘We zijn een stichting, die georganiseerd is als een kerk. We vormen een leerhuis rondom de Bijbel.’ Van Zwieten is ondernemer én dominee, verbonden aan de Thomaskerk. Die ligt op een steenworp afstand van de Amsterdamse Zuidas, het zakencentrum waar Van Zwieten samen met collega Ad van Nieuwpoort de Stichting Zingeving Zuidas leidt.Het idee is in de haastige wereld van zakenmensen, dure pakken, zakendeals en veel geld momenten van bezinning te creëren. Dat doet Van Zwieten door met Zingeving Zuidas bijbelklassen te organiseren of tijdens Kerst en Pasen een verhaal voor te lezen. Maar ook door CEO’s en Young Professionals van grote bedrijven in gesprek te laten gaan met elkaar of met allochtone jongeren uit Slotervaart. Ook gingen de zakenlieden op 14 februari – Valentijnsdag –

daten

met eenzame ouderen uit Amsterdam-Zuid. Dat alles met het doel ‘de mens’ meer tot zijn recht te laten komen. Wat dat ‘recht’ precies is, onderzoeken de deelnemers aan Zingeving Zuidas door de bijbelse teksten te bestuderen, met elkaar in discussie te gaan en door andere mensen te ontmoeten. Zo willen ze een gemeenschap vormen.Van Zwieten: ‘Het gaat er niet om dat je wel of niet in God gelooft, of dat je ervan overtuigd bent dat wat in de Bijbel staat waar is. Belangrijker is dat je goed leest wat er in al die verhalen staat. Je merkt dat je vaste denkschema’s worden ontregeld, en dat de bijbelse God door die teksten spreekt.’ De pauzediensten in de Thomaskerk, elke woensdag, worden druk bezocht.

Arnhem Bij welzijn hoort zingeving

Rick Jansen (51), werkzaam bij de griffie van de gemeente Arnhem, woont met zijn vrouw en kinderen in Klarendal, een volkswijk in Arnhem. De lijst van activiteiten van Villa Klarendal – een vrijwilligersproject georganiseerd door vijf mensen – lijkt eindeloos: een panna- en zaalvoetbaltoernooi, het uitdelen van pakketten van de Voedselbank, Kerst voor ouderen. En als je wilt, kun je ook elke week de viering, kinder-Bijbelclub of alphacursus bezoeken in de Villa, een ruimte met de uitstraling van een buurthuis.Het was niet de bedoeling om uit te groeien tot een kerk. ‘We zijn begonnen als project van Youth for Christ. Regelmatig kregen we bij wijkprojecten vragen over het geloof. Het kwam voort uit spontane gesprekken.’ Dat is uitgegroeid tot een geloofsgemeenschap. ‘We zijn er voor mensen uit Klarendal, hier willen we bijdragen aan het welzijn van mensen. Daar horen ook vragen over zingeving en het zoeken naar antwoorden bij.’Wekelijks bezoeken zo’n twintig mensen de vieringen, waar verhalen uit de Bijbel worden verteld en wordt gezongen. Christelijke boodschappen op de melodie van Frans Bauer of Jan Smit, want dan gaat een verhaal meer leven. Ook de meidenclub, de moslimclub – voor meisjes die zich in het buurthuis niet welkom voelden –, de eetclub en de koffieochtend worden goed bezocht: met zo’n 150 mensen hebben de vrijwilligers van Villa Klarendal geregeld contact. Belangrijk vindt Jansen dat er ontspannen wordt omgegaan met de vormen waarin de bijbelse boodschap wordt gebracht. ‘We moeten niet te veel vasthouden aan vaste structuren. Als christenen moeten we kijken naar wat bij mensen past.’

Lichtenvoorde Laagdrempeligheid met soep na

In een grote blauwe tent naast buurthuis De Schoppe in Lichtenvoorde klinkt gitaarmuziek. Mensen lopen in en uit of halen achter in de tent nog een kopje koffie. Dominee Kees van de Beek (44) begint alvast te vertellen waar het in deze kerkdienst over gaat. Want dat is het, een soort veredelde, laagdrempelige hagepreek – met tent, want het regent – voor iedereen die nieuwsgierig is naar het christelijk geloof of gewoon honger heeft en wacht op de broodjes met soep na de dienst. Het is een van de activiteiten waarmee het project Licht in de Achterhoek probeert mensen uit Lichtenvoorde te vertellen over het geloof. Van de Beek: ‘We wilden de boodschap van de Bijbel opnieuw uitdragen in de Achterhoek.’ Gekozen werd voor Lichtenvoorde omdat het centraal ligt en een groeiende dorpskern heeft. ‘Er is hier geen breed aanbod van kerken en ook zijn mensen weinig actief betrokken bij een geloofsgemeenschap. Ik gok dat minder dan 5 procent de mis nog bezoekt. Het katholicisme is hier meer een cultuur dan een geloof. Ons doel is dat mensen een geloof beleven waar ze elke dag iets aan hebben.’Daarom organiseert Van de Beek, samen met kerken uit de omgeving, cursussen en thema-avonden over bijvoorbeeld het

Onze Vader

. Voor kinderen en tieners zijn er spelletjesmiddagen, waar verhalen worden verteld of wordt gepraat over pesten en internet. De kern bestaat uit huiskringen van mensen uit de omliggende kerken en mensen uit Lichtenvoorde die geïnteresseerd zijn geraakt. In totaal zeventien mensen komen elke twee weken bij elkaar over de vloer om over de Bijbel te praten. Eens in de maand is er een dienst in het buurthuis.

Eindhoven God leren kennen in rijtjeshuis

Een gewone wijk in Eindhoven, een huis op de hoek van een rijtje. Binnen wijst niets erop dat hier een christelijke gemeenschap bijeenkomt. Toch is er in deze huiselijke kring drie woensdagen in de maand een kerkdienst. Al mag je het niet zo noemen. ‘Het is een samenkomst om het leven met elkaar te delen, God beter te leren kennen en de praktische lessen van de Bijbel toe te passen. Het lijkt niet erg op een traditionele kerkdienst zoals mensen die kennen.’Peter van Belen (40) kwam in 2004 met zijn vrouw en hun twee kinderen uit Katwijk om in Eindhoven een gemeente te stichten: Stars Eindhoven. Hij groeide op in een christelijk-hervormd milieu. ‘Ik wil in een relatie met mensen laten zien wat het betekent om christen te zijn. Ik wilde dat doen in een gebied of plaats waar mensen niet veel weten van de Bijbel.’Van Belen richtte zich op Eindhoven, dat hij een beetje kende van vakanties. De geloofsgemeenschap bestond eerst uit vier mensen: Van Belen en zijn vrouw en een ander stel. ‘We kwamen in contact met wat studenten die vragen hadden over de Bijbel. We nodigden ze uit om een keer te komen eten en zo ontstonden de bijeenkomsten op woensdagavond.’ Tegenwoordig bestaat de groep uit vijftien tot twintig personen, vooral jonge mensen en gezinnen tot 34 jaar. De meesten hebben een baan, of studeren. Eén keer per maand gaan ze op woensdag naar een café in Eindhoven. Om te praten en iets te drinken. ‘Gewoon, zoals andere mensen dat ook doen. We willen geen zieltjes winnen. De waarde van deze geloofskring is de relatie die mensen hebben en de hulp die we elkaar geven bij materiële of emotionele problemen. We willen niemand in een kerkelijk systeem duwen of een religieus leven aanleren.’ Wie niet gelooft, is ook welkom. Van Belen: ‘Deze manier van kerk-zijn past het best bij ons.’

Den Haag Brunchkerk voor ‘ongelovigen’

Een zondagochtend in de Haagse Spoorwijk. Ongeveer twintig mensen verzamelen zich in een oude dokterspraktijk voor een brunch. Na afloop gaan de tafels aan de kant en zoekt iedereen een plekje op de houten stoelen. Een verjaardagsliedje wordt ingezet voor een jarig meisje, met aan het eind een zegengroet namens God.Matthijs (39) en Lindsey (44) Vlaardingerbroek begonnen in 2000 een ‘kerk voor ongelovigen’, met de bedoeling dat mensen vanuit de wijk een kerk zouden gaan vormen. Bewust werd het christelijk geloof niet op de voorgrond geplaatst. De boodschap moet tot uiting komen in de activiteiten. Zo is er een moeder- en kindcentrum en elke week een brunch – bezocht door 25 tot 40 mensen – met aansluitend een viering of bijbelstudie. En elke twee weken is er een ontmoeting voor vrouwen, waar ze hun dagelijkse beslommeringen kunnen delen. Ook worden er gebedsavonden gehouden. In de wijk wonen veel mensen uit de ‘onderkant van de samenleving’ met alle problemen die daarbij horen. Er zijn veel eenoudergezinnen – er komen veel vrouwen in De Praktijk – maar niet veel hogeropgeleiden. Dat heeft ook voordelen. ‘Mensen willen er heel graag bij horen, het is hier net een dorp,’ zegt Lindsey Vlaardingerbroek.Vanuit De Praktijk proberen Lindsey en Matthijs Vlaardingerbroek mensen te helpen en advies te geven, als het even kan met een toepasselijke bijbeltekst. Lindsey: ‘Ik denk niet dat het veroordelen van een ander zin heeft, maar dat je het verschil moet maken. Niet per se door de ander tot geloof te laten komen, maar door er voor de ander te zijn. Ik geloof dat je gelukkig wordt door dienstbaar te zijn aan een ander.’

Be Sociable, Share!

One Response

  1. Website 16 juni 2015 at 20:32 #

    Excellent post. I definitely love this site. Thanks!|

Leave a Reply